Menu
Significant 5 Desktop 2000x655
Cases

Wat kan het Nederlands integratiebeleid leren van andere Europese landen?

Op 9 september publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau de policy brief ‘In uitvoering’ over beleid gericht op de integratie van statushouders en wat er nodig is om dit beleid te verbeteren. Hieronder volgen enkele interessante bevindingen uit deze policy brief:

  • Opvangbeleid is integratiebeleid. Vanwege de bijdrage aan een goede start van statushouders is het van belang om de komende jaren in te blijven zetten op het bevorderen van een kortere en actieve opvangperiode;
  • Er zijn van de nieuwe inburgeringswet (die per 1 januari 2022 ingaat) hoge verwachtingen vanwege goed onderbouwde inrichtingskeuzes. Wel moet de wet zich in de praktijk nog gaan bewijzen. De uitvoeringspraktijk in gemeenten kan weerbarstig zijn. Het succes van de nieuwe wet hangt grotendeels af van het tijdig signaleren en oplossen van knelpunten;
  • Statushouders kampen met serieuze gezondheidsproblemen. Toch bestaat er in Nederland en andere Europese landen weinig beleid ter bevordering van de gezondheid van statushouders;
  • Specifiek onderwijsbeleid voor statushouders komt de participatie van statushouders ten goede. In de praktijk ervaren statushouders in Nederland diverse belemmeringen in de toegang tot onderwijs;
  • Er is veel beleid gericht op arbeidsmarktparticipatie. Inzicht in de effectiviteit hiervan ontbreekt echter. De arbeidsparticipatie van statushouders is in de afgelopen jaren maar heel langzaam op gang gekomen. De coronacrisis heeft zelfs voor een lichte daling gezorgd in het aantal werkende statushouders;
  • Een deel van de statushouders kan niet profiteren van het nieuwe inburgeringsstelsel en houdt last van de beperkingen van het huidige stelsel.

Voor deze policy brief voerde Significant Public samen met het Verwey-Jonker Instituut een brede literatuurstudie uit naar de beleidsontwikkelingen voor integratie en de leefsituatie van statushouders sinds 2014, in Nederland en vier andere Europese landen (Zweden, Denemarken, Duitsland en Oostenrijk). Er is nog weinig bekend over de effectiviteit van het beleid dat in de vier Europese landen wordt ingezet. Wel zijn er een aantal beleidsrichtingen uit de diverse Europese landen die mogelijk voor Nederland interessant kunnen zijn:

  • Beschouw ‘taal’ niet als voorwaarde voor participatie, maar als middel, zoals in Zweden. Taal leer je juist door te participeren. Het gratis en daarmee toegankelijk maken van taal- en inburgeringsonderwijs kan stress en financiële problemen bij statushouders voorkomen en daarmee de integratie bespoedigen;
  • Bied duale trajecten (geïntegreerd aanbod van taal en werk) niet alleen aan een selecte groep arbeidsfitte statushouders aan, maar net als in Denemarken en Zweden ook aan statushouders met een laag taalniveau of lage leerbaarheid;
  • Zorg voor een voldoende woningvoorraad voor statushouders. Denemarken en Zweden houden in het spreidingsbeleid ook rekening met kansen op werk of behoefte aan zorg. Dit komt de kansen voor integratie van statushouders ten goede;
  • Zorg voor een dekkend aanbod in de aansluiting tussen inburgering en instroom in (beroeps-)opleidingen, zoals in Duitsland. In Nederland bestrijken schakeltrajecten nu nog maar een deel van het opleidingsaanbod;
  • Besteed aandacht aan de toegankelijkheid van gezondheidszorg voor statushouders. Onbekendheid met het zorgstelsel, cultuurgebonden opvattingen over gezondheid en ziekte en financiële barrières werpen drempels op voor statushouders in de toegang tot zorg.

Meer weten? Lees onze deelstudies en overkoepelende beschouwing via onze website.

Reageren op deze case?

Stuur dan je reactie naar:

Nikki Scholten